het regende mot

Er is geen rust.

Van alle kanten kwamen ze op haar af. Woorden en zinnen. Onderhuidse bedoelingen. Schijnbewegingen. Het passieve gemanipuleer verpakt in starheid en onvermogen tot anders denken.

Weer een gebeurtenis, weer een verwijt, weer een paar bevestigende zinnen. Een wir war van onrustzaaiende slangetjes met vleugels. Want o het moest natuurlijk wel engelachtig blijven. Alles volgens het hoe het hoort principe. Volgens de regels van weleer. Wantrouwen van alle partijen. En vooral niets direct zeggen, maar pijlen afvuren. Pijlen met welk doel?

Ze mocht niet zijn, ze mag niet zijn. Maar die gedachte is volstrekt fout. Dat ze dat voelt moet ze maar voor zich houden. Stel je voor zeg.

Je hebt je beslissing al genomen.

Je kan niet. Je wilt niet. Luisteren.

Je sluit je weer af.

Er is geen rust.

 

We drinken wijn. Omdat het moet.

 

Geplaatst in scherven | 3 reacties

Als je ziel te vol zit, dan moet je huilen.

Dat zei hij zomaar.

Sindsdien mocht ze huilen.

Van haarzelf. Niet van anderen.

Dat is lastig hoor.

 

En ze bedacht zich dat ze maar een klein zieltje moest hebben.

 

Zo vaak als ze huilen moest.

Geplaatst in scherven | 1 reactie

3 graden boven nul

Het verbaasde haar niets. Onder al haar geveinsde vrolijkheid, stoerigheid, woorden om ze het gevoel te geven: wat is ze leuk. Onder alles was het broeiende, steeds heftiger, steeds heter. Vermoedens, gedachten die elkaar bestoken. De zie-je-wels en het-zal-ook-wel.

Haar bui was omgeslagen, een kwestie van minuten. Ze had geluisterd. Mooie vergezichten, en bergen om op dood te gaan.

Gedachten geen woorden geven, daar was ze goed in. Gevoelens om te voelen, maar ontleed ze niet. Ontleden is gevaar. Gevaar is niet goed. Als vanzelf was het er ingeslopen. Woorden werden gegeven. Gevoelens werden onderwerp.

Een oud gevoel, een oud besef keek haar aan. Recht in de ogen.Ze sprak niet hardop, maar liet het dalen in haar hart. Ook nu ben je alleen. Ook dit moet je alleen. Zelfs nu geen begrip. Gevoel draag je alleen.

Ze noemde een naam. Ze zei loze woorden. Ik hou van je. Dat was het.

Haar lichaam sprak alles. Haar hart barstte uit elkaar. Ik hou van je, woorden zonder kracht. Want wat ze bedoelde, dreef nog ergens in de hagellucht. Koud, bevroren, misschien gesmolten als de tijd daar was.

 

Ze startte de motor. Geen ernstig ongeluk, gewoon veilig thuis.

 

Het verbaasde haar toch.

 

Geplaatst in scherven | 1 reactie

Ze is haar naam vergeten

Als krioelende giftige slangen drongen de gedachten door haar lichaam. Sijpelden vanuit Haar hoofd haar lichaam in. De welbekende gevangenschap kreeg een extra dimensie, bekend van eerdere gebeurtenissen. Haar lichaam stond strak, terwijl de slangen woedend door haar lichaam glibberden. Gelaten, moe, zit zo stil mogelijk, sluit je ogen, slaap, beter wordt het niet. Ze had verwachtingen, ze was er boos op, had ze niet toe moeten laten. Ze hoorde de holle lach op de achtergrond. Uitsterven. In alle mooie woorden een zweem van waarschuwing. Ze had het genegeerd. Ze zou het niet laten zien, trok behoedzaam haar stalen masker op. Slikte haar tranen in, de slangen stikten in het zout. Fataal zou ze zijn, de holle lach zou zwijgen, een staart tussen de benen. Ze lachte al schamper. Zij, koningin van drama en melancholie. Zij, waar niet mee te spotten viel. Haar ogen spoten vuur, haar hart van ijs.

Zij was nodig geweest, zoals ze altijd nodig was voor anderen. Ze moest tekenen geven, ogen openen, tijdelijk verzadiging gunnen. Magie verspreiden, verbazen en tot nadenken zetten. Zie, de zoektocht naar het grote zelf was in gang gezet. Ze zag de tekenen. Ze keek vooruit met lege ogen. De vele tekenen aan haar, ze had ze gezien, gehoord en zag dat het leeg was. Lege hoop, ze had even gefaald, gedacht dat het anders kon, alleen zou ze zijn, was ze altijd geweest en zou ze altijd blijven. Ze opende haar mond, keek naar de slang die naar buiten kroop. Opende haar oren en zie, adders. Haar neus, ze kwamen naar buiten. Slierten haar werden levende slangen met bijtende koppen. Uit haar vagina kroop de meest giftige en terwijl ze rustig toekeek, openden ze hun bek, zetten hun scherpe tanden in haar kleine lichaam, ze voelde het gif naar binnen dringen. Zag de ogen van de zichzelf slachtoffer noemende geliefden. Tranen uit hun ogen. Gesmoorde kreten. Een glimlach rond haar gebarsten lippen. Laat nu je holle lach maar horen.

En hij die eens riep, woorden van verachting, over verantwoording afleggen ooit. Hij wist niet. En hij met de holle lach. Hij wist. Er was geen regenboog, geen engel, geen mooie liedjes. Er was leegte. De slangen aten elkaar, haar lichaam, och haar lichaam. Haar ziel, klein, in een afgelegen hoekje. Ze keek, bekeek het tafereel. Een pop in haar handen. Als je haar omdraaide klonk er nog een zacht geluidje.

Mama.

Geplaatst in Medusa | 1 reactie

Heen en weer geslingerd, opgetild en neergesmeten.

Helderheid komt als een golf der zee.

Was het niet Jacobus die ons waarschuwde, lang voor wij geboren werden.

En toch, ook Petrus bewandelde de wateren. Tot een golf hem wankelen deed.

Natuurlijk.

Gelukkig was er de Zoon van God. Vol van rust. Een hand. Je hoeft hem slechts te pakken.

Best moeilijk, zo bleek elk moment opnieuw.

 

Helderheid verpakt in zinnen, een paar woorden, gevoel natuurlijk.

Hoe een stad niet meer van haar was. Welnee, ze sleepte zelf de een er naar toe. Waarom zou de ander dat niet doen.

Hoe een liedje niet meer van haar was. Welnee, waarom ook, ze smeet zelf met aloude teksten. Geschreven en gegrepen vanuit haar ziel. Dat wel. Bij de ander zou het niet anders zijn.

De pijn. Ze voelde de pijn, die ze zelf veroorzaakt had. Waarom zou ze het geluk, hervonden geluk niet kunnen waarderen.

Jaloezie. Ze voelde de messen, slechts bij een gedachte. Welbekend. Groene monsters woonden in zorgvuldig afgesloten krochten van haar ziel. En opnieuw. Ze wekte jaloezie in zovelen harten.

Afwijzing. Ze voelde afwijzing. Waarom. Alsof een ander geen agenda hebben mocht. Alsof zij het middelpunt van ieders bestaan was. Wat haalde ze zich in haar hoofd. Het verwijt van het lijntje las nog vers in haar hart.

Spelletjes waren haar bekend. Zolang zij winnen kon. Een put her en der was prima, zolang ze zelf de verborgen nooduitgang maar wist. Afwijzing prima, zolang er geen al te diepe verwarring was. Geen gelijke. Wat was ze superieur. Ze walgde ervan.

Arrogantie. Ze zag haar spiegelbeeld. Ze werd wreed op haar vingers getikt. Kijk en zie. Dit richt je aan. Hoe vaak was haar hart op koude tegels uiteen gespat. Hoe vaak had ze zelf haar hakken erin getrapt. Hoe vaak had ze door poelen van eeuwige ellende gewaad. Hoe vaak was ze worstelend boven gekomen, omringd door tallozen engelen. Uitgelachen, door haar eigen ziel. Hard toegeschreeuwd, om haar omgeving maar niet te hoeven horen.

Ze keek nog eens. Haar spiegelbeeld. Droevig. Ogen doordrongen haar ziel. Gelijkheid. Dit was lang geen spel meer. Dit was bittere ernst. En nooit had ze het vuur zo heet gevoeld. Steek de wereld in brand en ik zal voor je branden. Steek de wereld in brand en nog zal ik herrijzen. Worstelen met het spiegelbeeld om elkaar als wolven te bespieden. Sluipend rond te lopen. Snuivend. Klaar om aan te vallen. Te huilen. Uiteindelijk te vallen als dood voor elkaar. En daar in ijzige stilte, daar een ademhaling, een zucht en nog een. Dood om te herrijzen. Versmolten. Spiegelbeelden vallen uiteen. Bliksem, storm, leeuwengebrul. Een licht zo fel stijgt op uit de dood. Zielescherven verworden tot alles wat liefde is.

Tot alles wat liefde is.

 

Geplaatst in scherven | Een reactie plaatsen

De dag begon al zo geweldig. De nacht had haar aan het wankelen gebracht. Uren had hij gepraat, om uiteindelijk te glimlachen om haar gemompel dat ze toch heus slapen moest. Hij bleef als een schim aan haar voeteneind.

De dag begon al zo geweldig. Vanuit een eeuwige strijd van niet willen weten dat het nog donker is, koud is, er geluid zal komen. Voorzichtig en een hollandsche mok vol straffe espresso.

De dag begon echt geweldig. En daar kwamen de woorden. Als altijd een weggestopt zaadje geraakt door een woord, een vraag, iets schijnbaar onbenulligs.

De laatste dagen hadden haar doen besluiten tot veel meer eigen keuzes. Onoverkomelijk en logisch dat dat gepaard gaat met onbegrip en lastigheid. Zij is lastig. Zij is moeilijk en wat voor stoornis heeft zij eigenlijk.

Ze zwijgt maar weer. De dag begon fantastisch. Harde woorden, waar nooit iets zachts tegen op kon. Ze was ook niet zo handig. Ze gooide er soms gewoon maar dingen uit. Van dat opgekropte gevoel, waar nog helemaal geen overdachte sociaal wenselijke saus overheen zat. Ze had het vast verdient. En werd uitgelachen om haar anders zijn.

De dag vorderde en het verwonderde haar niets. Haar hoofd vulde zich met verwarring, schuldgevoel, onreinheid. Ze wist wel hoe dat kwam. Verdrong het met een instant sausje. Ze wist wel hoe dat moest.

Ze moest nog een plan bedenken. Een masker ontwerpen. Een zwaard en een schild. Het weekend. Het weekend nadert. Het was een fantastische dag. Ze werpt zich op haar facade kleed. Het moet passen voor het weekend.

 

De glimlach hangt al in de kast.

 

Geplaatst in this is the life | 1 reactie

De hemel huilt

Ze kijkt alleen. Ziet de woede, machteloze woede. Logisch ook. Haar onbewuste weet feilloos wat ze aanricht. Dat het ook nu gebeuren zou bracht meer pijn teweeg dan gewenst.

Woorden sprak ze, verhalen vertelde ze. Waar gebeurd en allemaal verleden. Zwart meisje. Bang meisje. Fataal meisje.

Ze kijkt alleen. Ziet pijn en wanhoop. Ze weet het precies. Voelt immers vrijwel hetzelfde. Altijd alleen, altijd eenzaam. Uiteindelijk zijn wij allen alleen. Ontkennend, zoekend en schreeuwend, maar uiteindelijk alleen. Als mens. De ziel weet beter. De ziel wil vinden. Als je goed luistert hoor je haar zelfs. Als een ruisen, een zucht en meestal een schreeuw. Overschreeuwd door alles om maar geen gehoor te geven.

Ze kijkt alleen, ziet de vlammen aanslaan. Moeiteloos, alles is dood. Ogen vol haat, verlangende liefde, ogen gevuld met wie zij is.

Geen verwijt, een rijzige kalmte. Alles omvattend, zelfs geen schreeuw. Haar ogen kijken, recht in de zijne. Kijken. Dieper dan een mens bevatten kan. Twee zielen en het is zo goed.

Een engel blaast zijn hobo.

Het laatste lied.

Hoe het schijnt.

Geplaatst in scherven | 1 reactie

Damian

Duister is de nacht. Zwart als nooit tevoren. De maan, een sikkel nog, had geen schijn van kans. Ze probeerde wel. Donkere wolken grepen samen, wild als een storm. Vanacht was niemand veilig.

Duister is zij. Zwart als de nacht. Haar serene gelaat ziet bleek. Ogen hol. Haar eens golvende purperen fluwelen jurk, ziet zwart, plakt aan haar bezwete lichaam. Lange haren, slierten om haar gezicht. Blote voeten, zwart in de modder. Zij rent niet, zij worstelt, zij kruipt voort. Op knieen, kapot, vol bloed.

Herrie, kreunen van bomen, gieren van wind, gelach in de verte. Schel en hol. Zij hoort niet, is bevangen door verscheurende pijn. Haar ziel schreeuwt. Haar hart bloed. Druppels scharlaken rood op hopen van modder, van drassig gras.

Werelden botsen, breken elkaar. Vermengen alles wat goed was, alles wat kwaad vermocht. Alles beeft, alles siddert. Zij kruipt voort. Op de grens. Op de prachtig verscheurde grens.

Het spel verworden tot eenzame werkelijkheid. Het spel doet zich voor als gewonnen, verslagen. Niets dan schijn. Slechts een moeten. dit moet gebeuren. Een terugwerpen op regels, op grenzen. Grenzen die overschreden moeten worden. De tijd, de tijd gunt het niet. Buiten de tijd, zal zij herrijzen. Daar zal zij schitteren in al haar afwezigheid. Een afwezigheid nu nog gevuld met leegte. Een leegte voor hen, die niet verder kunnen.

Speel je spel, fluit de wind om haar heen. Razende stemmen gebieden haar te staan. Herrijs. Koningin van duisternis. Koningin van alles wat voelen kan. Speel en heers.

Nee! Schril klinkt haar stem. Nee! Haar vingers grijpen wild in de modder. Zij kijkt op. Haar ogen flitsen. Vuur. Vlammen om haar heen. Haar zwarte jurk vlamt op. Purper licht op. Haar haren doen het gloeien van haar gezicht verbergen. Nee, fluistert ze dan.

Een stilte, serene stilte. Een glimp van helderblauw maanlicht. Slechts een seconde. Zij knikt. Haar voorhoofd schittert. Het teken. Niemand ziet. Zij weet. Zij weet en knikt.

Dan staat ze op. Sterk, vol verlangen.

De nacht overwonnen in helderheid. Nooit zal ze falen, pijn zal ze voelen. Haar voeten raken de modder niet. Nevel sliert rondom haar. In stilte vervolgt zij haar weg. Eenmaal kijkt zij om.

Zie, de schim van verlangen komt al dichterbij.

Geplaatst in ik heb je nooit een rozentuin beloofd | Een reactie plaatsen

bedwelmend als wierook

sluit me in een boek

daar zal ik leven

gevangen als ik ben

 

scharlaken rood

of was het wit

 

schimmen leven op de muur

schreeuwen tranen

maar wees toch stil

verroer je niet

 

de eieren verdomde eieren

de schalen zijn nog heel

 

leg je hoofd neer lief

het mag nu wel

leg je hoofd neer lief

de tijd is daar

 

en schreeuw maar

 

ik schep je een vallei

met wuivend gras

 

om overheen te schreeuwen

 

inktzwart water

om veel te ver in te lopen

 

en engelen heel veel engelen

met vleugels en alles

 

en kom

leg je hoofd neer lief

ik sluit ramen en deuren

van alles van vroeger

van alles van nu

en morgen

en zachtjes heel zachtjes

 

blaas ik melodietjes

door je haar

 

sluit me in een boek

 

daar zal je leven

starend en donker

in de schemer

straatlantaarn en steegjes.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Lopen op het water

Lopen op het water.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen