SYR

Daar zit je dan met je mooie luisterende knikjes
Je goedbedoelde, vaak ongevraagde, adviezen.
Je blik staart de ogenschijnlijke schoonheid aan, die je bij jezelf maar niet ziet.
En je geniet, van entourage, goed eten, niet teveel drinken, nee niet teveel en de gelukkig goed uitgekozen kleren. Je zit een keer op je gemak en het sluimert. Het sluimert, het onvolkomene, de schaamte, het verleden, je straf.
O stop het oordeel, verstikkende gedachten, leugens tot waarheid gemaakt. Vaak door de gewone spiegel, een opmerking, een foto.
Je zit er nog en je hart gloeit toch nog. Van liefde ook. Je wilt het zo graag delen. Je bid in stilte, want hoe kan ik U delen God. Hoe dan.
De aardse werkelijkheid zo schril bij de hemelse. Het zuigt, vult het hoofd weer met leugens.
Je wilt graag delen, je vertrouwt het niet, twijfelt en weg is het moment.
Daar zit je dan, met je mooie gedrag. Een hart vol van liefde, vol van onvolkomenheid, oordeel en angst.
Nog een lange weg. Niet alleen. Dit rare hart, alle gedachten met en zonder woorden zijn bekend. Ik grijp de hand, open de deur:

Jezus

Advertentie
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Nijenrode

Ik schep me een beeld. Vermengde werkelijkheid met parallelle boekenwerelden. Boeken zijn zielen. Zodra je oog hebt voor het boek wat jou uitkiest. Zodra de zinnen gelezen worden, leeft de ziel. De zielen. Het sleurt je mee, vermengt realiteit met andere waarheid. Verwarrend, verwarmend. 

Het past. De Graaf van Monte Cristo, de wereld van Albert de Moncerf. Het is dezelfde als hem die ik ontmoeten zal. In gedachten op verschillende plekken. De conversaties duizend keer gevoerd. Ik zal stil vallen of het tegenovergestelde zijn. Angst voor wat komen gaat. Angst voor een zielsverwant. De kans is klein en ik verpest haar vast.

Ik stuur berichtjes over rare dromen. Ze waren er ook. Maar hoe zinloos en bewaar ze voor de aparte stiltes die komen gaan. Ik verpest het.

De overeenkomst wordt duidelijker. Moncerf en hem die ik ontmoeten ga. Het is zinloos. Het is frans. Het is opgelegd. Het is ergens onontkoombaar.

Het zal nooit zo zijn als Monsigneur. Het spel van de engel en altijd aanwezig. Of de duizend deuren, het verdriet van een steppewolf. 

Dat sluimerende

Geplaatst in Medusa | 2 reacties

you bet

Vaag hangende tranen, ze slikken niet weg. Vage misselijkheid, te vaag om toe te laten.

Depressie klopt aan. Ik doe niet open. Telkens weer jou gezicht. De herkenning en vooral de ironie. Dat je zelf dood moest, terwijl je dat niet wilde. Terwijl je zelf leven moest, terwijl je niet kiezen kon. Al die regels. Heus het is goed. En verstandig en beschermend en alles nog meer. Hoe kan het dat dat stukje ziel wat zo weinig bestaansrecht heeft. Te vaak vertrapt, gebroken, verscheurd en tenslotte weggestopt. Hoe kan het dat dat stukje ziel de grootste emoties loslaat. Alsof dat dan de kern zou zijn. Het ware, het echt. Wie je ook al weer bent. Zij klopt aan in disguise. Maar telkens weer herkenbaar. Omdat het de waarheid is. Omdat het niet mag. Omdat ze dat niet snapt. En wegkwijnt onder het vechten voor de realiteit. Onder het vallen en altijd weer opstaan. Het heeft geen zin. Wanhopig stort ze zich in armen die ’s ochtends verdwenen zijn. In beelden van wat slechts controverse tot bedoeling had. Maar zij voelde en zij mist. Myst.

Geplaatst in this is the life, Uncategorized | 1 reactie

Nummer 7

Ik had deze droom. Het was een echte. Blijf. Mijn vezels willen terug. Er was een gesprek. Het was een moment van blijf. Mijn hand op jou hoofd, zodat je me aankijken zou. Zacht. Ontroerende ogen. Als hij dit bij haar deed werd ze boos. Sloten alle deuren zich voor hem. Eenheid. Er was niets fouts. Enkel dat hunkeren van altijd dit moment. Een lang vergeten samenzijn. De verkeerde persoon voor elkaar. Het had een ander moeten zijn. Blijf. Het herkennen doet bijna pijn.

Dromen razen. De volgende scène dient zich aan. Ik sluit gordijnen. Grijnzend. En schrik. De ander ligt in bed. Te wachten op hem. Maar waar was ons moment. O wacht. Tijdens ons moment waren er anderen. Een groot huis. Zij leefde daar. Ik sloot gordijnen. Zij glimlacht naar mij. Wachtend op hem. Ze is lief. Dan zijn er meerdere mensen. Gezelligheid. Waarom lig ik met haar. Pyama bed. Hij op een bank. Zelfde kamer. We wisselen brillen. Zij en ik. Ze heeft geen bril, denk ik in de verte. Met liefde en zachtheid schuif ik de bril op haar gezicht. De pootjes langs haar zachte haren. Ze lacht. Ziet niets meer. Ik waag me aan haar bril. Ik zoek op mijn telefoon om een selfie te maken. De bril doet mij wazen. Alles is gelukkigheid.

De droom doet vooral verlangen naar blijf. De dag doet verlangen naar koffie. Er is taart. Er is zon. En ik groet de dingen. Hoe lang zal ze vandaag blijven sudderen. Het is al 11.25. Blijf. Nog even.

Geplaatst in Dreams | Een reactie plaatsen

Morgen altijd morgen

Kon ze het maar
Zonder schuldgevoel de knoop doorhakken
Altijd hetzelfde voelen
Nooit meer tranen in de badkamer
De enige plek in huis waar je alleen kon zijn. De deur op slot.

Een cynisch kaartje versturen: wij gaan scheiden. Met een ballonnetje erbij.
Of een status update op fb: ons huwelijk is gestrand. Ongeloofelijk ze had het echt gelezen ergens.

Ze kon het niet zonder het gevoel van falen, van schuld, de denkbeeldige kinderogen, priemend in haar rug. De tranen voortdurend: papa is toch lief?
Ze kon het niet. Het voelde egoïstisch.

Ze stikt imploderend. Kan dat? Ze denkt het, dus kan het.
Hij voelt enkel verwijt en gekwetstheid.

Ze gaat langzaam dood. Haar handen onzichtbaar in wanhoop gestrekt naar haar kinderen.

Het enige waar ze van houden kan.

Geplaatst in this is the life | 2 reacties

Inferno

O cruelty. Het herkennen van patronen is zoveel erger. Het weten van eindig. En toch het knagende het willen toestaan en ja het uitproberen. Waar ligt de grens. Ik trek je er wel over. Ik verpletterende Medusa.

Och onschuldigheid, afgrijselijk spel. Vermorzelende niet liefde. De weg ernaar toe is genoeg. Scherven maken om over te rennen. Een volgend patroon. O cruelty. Medusa. Zwaktebod. Marionet. Uitstrekkend naar pseudo-erkenning.

Walgend gaat zij. Hoofd geheven. Tot het uiterste en hol is haar lach. Bitter haar tranen.

Leeg haar hart.

Geplaatst in Medusa | Een reactie plaatsen

Julia is Madelief

Maar vroeger, wat wilde je toen worden? De vraag kwam zacht na vele tranen. Ze was weer ingestort. Toen het nog goed ging wist ze al dat het niet duren zou. Ze vecht nog steeds. Het lijkt of hij nu zien wil. Het lijkt, want altijd komt er een punt van tegenvallen. Het zie je wel. Ze duwt het stemmetje hard weg.

Niks. Ze mompelt schuchter, na een lange poos. Niks, want ik wilde niet groot worden.

-Maar daarvoor dan?

Hij is oprecht. Man, maar oprecht.

Ze antwoord: Er is geen daarvoor. Ik was nog kleuter toen ik dat al wist.

Hij zwijgt even en kijkt weemoedig hoe ze hulpeloos staat. Dus je wist dat je kind wilde blijven?

Het is weer stil.

En is je dat gelukt?

Verwonderd kijkt ze op: Een beetje wel.

Beelden van een pierro’tje, gek doen met haar kinderen, de geur van lente en oervroeger schieten door haar heen. Bitter. Zoet ook wel.

Ze voelt weer geborrel, stille hoop, stille wensen. Ze durft nog niet zo.

Maar als je wacht gebeurt er niks. Als je lang wacht blijft alles zoals het is.

In gedachten speelt ze busjetrap en hoort ze woorden op een podium. Vroeger en later.

Nog steeds zinkt ze middenin.

Geplaatst in Julia | Een reactie plaatsen

De figuranten. De remix.

Een sfeer van lege oppervlakte. Dieper de hunkering naar liefde. De afkeer, het niet kunnen, de gelukkige eenzaamheid zo het lijkt. Er is geen liefde. Alles is liefde.

Fellini. Otto e mezzo. Het boek speelt op de achtergrond of wellicht er middenin. Het is geen boek, het gebeurt, het leeft en wij zijn Jia, Eduardo en Maria tegelijk. Wij voelen en weten, misselijkmakend, hunkerend. Het leven aan de rand, waar het een hemel is. Een hemel midden in de hel. Herkenbaar, alsof het al eens gebeurd is. Of slechts een gevoel wat ook in deze wereld speelt. Koude liefde. Koude liefde zo kil dat het heet wordt. Onvermijdelijk, walgelijk en het mooiste. De pijn. Verlangende pijn. Verzinken. Tot het niet meer kan. En de redelijke mens uiteindelijk roept tot verwijderen.

Nooit helemaal, maar altijd weer.

De koele minnaar. Hugo Claus

Geplaatst in this is the life | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Weemoed en roze koek

Al je tranen, voorzichtig verbergend. En ook weer niet, zo openbaar. Hoe kun je een ziel ook stoppen. Overladen en veel te zwaar. Eens tesamen gevonden, ziel aan ziel. Geen houden aan. Elke vezel. Een woord, een blik, de stad van dwalende zielen. Meisje haar meisje, kijk, ze houd je vast, met heel haar ziel zoog ze de jouwe. Een stad slechts bestaande op deze avond. Haar wereld en eindelijk thuis.

Nu huilt ze hete tranen, haar ziel weer gepropt in de veel te krappe kooi. Jou tranen, de hare. Je vreugde en hoe ze je voelt.

Maar dan. Daar gaat het hart. Chaos. Daar komen ze. Luister haar eeuwige zelfgespot:

Och lafaard, och dwaze. Sentimentele trut. Ze scheld haarzelf. Het gat van wanhoop, doet voelen, doet wanhopig grijpen, doet verstarren. Doet niets.

Och arm vogeltje. De rozen, de zachte huid. De aanraking, de blik. Haar lach. Eeuwigheid. Wat schreeuw je mijn ziel, wees stil. Wat hunker je, hou op. Hef je hoofd, vertrap je dromen. Leef je verstikking. Je verdiende loon.

Verwarring jij zondaar. Jij dwaas, afgevallen en hoe kom je ooit nog terug. Daar waar je zijn moet, zijn wie je helemaal niet bent. Draag je lot, zie je straf. Open je ogen en tel. Tel je zegeningen keer op keer. Telkens en als een mantra. Proef je geluk. Zie je kinderen, het hart stroomt over van liefde. Van schuld.

Hete tranen, ze mogen niet. Snel hou op. Boos mens. Overstromende ziel en boosheid als verweer. Boosheid naar slechts het zelf. Het altijd verwarde zelf.

Maar hou me vast. Want ik durfde niet. Ach klets. Ach stakker. Een tijd een wijle en het is alles weer niets. Wat is een ziel. Herkenning van tijd. Niets houd stand. Niets.

Leugens tegen leugens. Waarheid afgedaan als leugens.

Zo duizelt het hoofd. Zo zwijgt de ziel. Zo stik maar weer. En leef voort op zegening. Op zegening.

Uren van eeuwigheid.

Ze legt haar hoofd het zwijgen op.

De stroom verstomd.

Ze telt haar zegeningen hier en nu.

Zucht en proeft. Roze eeuwigheid.

 

 

 

 

Geplaatst in Medusa | 1 reactie

Alors on dance

praten praten een gat in de lachende nacht
figureren in een stad van veinzen
veinzen van geslaagdheid
op zoek zijn en iedereen is mooi

kijk ik takel al
dreigend de afgrond in van
vieze aarde en zwevende ziel

verbazend zie ik een dwaze gerustheid
in de herkenning van wanhopende zielen

ik bazel en het mag
wat zeg je de helft gaat langs je heen

kijk ze dansen kijk de prooien
kijk de dwazen zijn ze niet wijs

zie de ogen van hen die daar niet horen
gevangen in het zijn op de plek van nu of nooit

verbaas mijn ziel, kijk gelukkigheid
Het liefst zou ik zoenen
de verliefde onzekerheid van de twee mannen
ze zijn op elkaar

De vrouw bij het raam
Vertrekt verdwijnt
En zucht
Voelt ze wel mijn armen
Ik dacht mijn armen om haar heen

achter de regenboog
jus d’orange en alcohol

Geplaatst in this is the life | Tags: | 1 reactie