Julia sta!

Ze schrok er toch maar weer van. Ze wist het wel hoor. Zoals ze altijd alles wist. Ze was immers the queen. Hij hoorde haar verhalen aan. Echte heuse verhalen en vol van ongeoorloofdheid. Ze moest lachen om het woord. Het bestond ook helemaal niet, maar het pastte nu eenmaal. En ongeoorloofd dat kon ze goed. Enorm goed. En hij lachte en glimlachte. Dankbaar ook, zo’n luisteraar.

Ze schrok er van. Hoorde ze dat goed. Had hij nu verteld van iets wat ongeoorloofd zou zijn of kunnen worden. Ze kletste altijd zoveel, dat ze veel te snel over het onrustige gevoel heen was gegaan. Maar de woorden klonken als een holle echo in haar overvolle hoofd.

Altijd stoere praat van dat het allemaal niet uitmaakt. Ieder zijn leven en we leven in het hier en nu. Zo gaat dat, gewoon en geen gedoe. Ze had immers een enorme hekel aan gedoe. Hard lachen deed ze. Weglachen ook. Het is niet haar leven. Dus wat maakt het uit. En zij werd ten volle geaccepteerd. Of uitgelachen, maar dat verdrong ze dan maar.

Het maakte haar dus toch wel wat uit en geschokt keek ze naar haar verwarde gevoelens. Streng een woordje hier en een schopje daar. Haar hart was dat wel gewend van haar hoofd en het moest, wilde ze zich niet inlaten met gedoe.

Maar ook. 

Ze had zich altijd en jaren druk gemaakt om aandacht en vooral veel praten. Veel vertellen en iedere seconde grijpen al was er slechts een halve. Zoals ze zichzelf kende en wat in de lijn van verwachting lag, zou dit niet heel lang duren. Volhouden was niet aan haar besteed. Vreemd dat dit in plaats van een paar maanden al een aantal jaren toch het geval was. Het had haar zelfs doen verheugen. De waarheid was dat volhouden inderdaad niet aan haar besteed was. De slag kwam hard en door onvoorziene en vooral het had wel voorzien kunnen worden, maar ze was opzettelijk blind, omstandigheden, toch nog eerder dan gedacht.

De gebakken peren. De blaren. Ze kende ze maar al te goed. En daar zat ze dan. Vol verwachtingen van de andere kant. Ze kon er niet aan voldoen. Niet meer. Zo ging dat. Zo verloor ze vrienden. Zo werd ze hard en gehard.

Er was een weg. hij doemde al. In de verte. Als ze de tijd kreeg. Dan zou ze de weg nemen. Ontmoeten ook. Verder wandelen. Rennen. En weer vluchten. Dat ook.

 

Altijd bloeien de abrikozen. Altijd, want opa hield er zo van.

 

Dit bericht werd geplaatst in Julia. Bookmark de permalink .

Een reactie op Julia sta!

  1. Wie sprak deze woorden? Hij zelf soms? Nee.
    Maar deze gedachten, die zijn van hem.
    Het is precies de reden waarom hij zijn eigen weg kiest, verlost van alle verwachtingen, maar ergens ver weg zo verlangend naar iemand nou toch eindelijk eens begrijpt.
    Hopen mag, volg het hart.

    De Meester speelt viool, zo zuiver dat de tranen dringen.

zeg het maar

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s