Heen en weer geslingerd, opgetild en neergesmeten.

Helderheid komt als een golf der zee.

Was het niet Jacobus die ons waarschuwde, lang voor wij geboren werden.

En toch, ook Petrus bewandelde de wateren. Tot een golf hem wankelen deed.

Natuurlijk.

Gelukkig was er de Zoon van God. Vol van rust. Een hand. Je hoeft hem slechts te pakken.

Best moeilijk, zo bleek elk moment opnieuw.

 

Helderheid verpakt in zinnen, een paar woorden, gevoel natuurlijk.

Hoe een stad niet meer van haar was. Welnee, ze sleepte zelf de een er naar toe. Waarom zou de ander dat niet doen.

Hoe een liedje niet meer van haar was. Welnee, waarom ook, ze smeet zelf met aloude teksten. Geschreven en gegrepen vanuit haar ziel. Dat wel. Bij de ander zou het niet anders zijn.

De pijn. Ze voelde de pijn, die ze zelf veroorzaakt had. Waarom zou ze het geluk, hervonden geluk niet kunnen waarderen.

Jaloezie. Ze voelde de messen, slechts bij een gedachte. Welbekend. Groene monsters woonden in zorgvuldig afgesloten krochten van haar ziel. En opnieuw. Ze wekte jaloezie in zovelen harten.

Afwijzing. Ze voelde afwijzing. Waarom. Alsof een ander geen agenda hebben mocht. Alsof zij het middelpunt van ieders bestaan was. Wat haalde ze zich in haar hoofd. Het verwijt van het lijntje las nog vers in haar hart.

Spelletjes waren haar bekend. Zolang zij winnen kon. Een put her en der was prima, zolang ze zelf de verborgen nooduitgang maar wist. Afwijzing prima, zolang er geen al te diepe verwarring was. Geen gelijke. Wat was ze superieur. Ze walgde ervan.

Arrogantie. Ze zag haar spiegelbeeld. Ze werd wreed op haar vingers getikt. Kijk en zie. Dit richt je aan. Hoe vaak was haar hart op koude tegels uiteen gespat. Hoe vaak had ze zelf haar hakken erin getrapt. Hoe vaak had ze door poelen van eeuwige ellende gewaad. Hoe vaak was ze worstelend boven gekomen, omringd door tallozen engelen. Uitgelachen, door haar eigen ziel. Hard toegeschreeuwd, om haar omgeving maar niet te hoeven horen.

Ze keek nog eens. Haar spiegelbeeld. Droevig. Ogen doordrongen haar ziel. Gelijkheid. Dit was lang geen spel meer. Dit was bittere ernst. En nooit had ze het vuur zo heet gevoeld. Steek de wereld in brand en ik zal voor je branden. Steek de wereld in brand en nog zal ik herrijzen. Worstelen met het spiegelbeeld om elkaar als wolven te bespieden. Sluipend rond te lopen. Snuivend. Klaar om aan te vallen. Te huilen. Uiteindelijk te vallen als dood voor elkaar. En daar in ijzige stilte, daar een ademhaling, een zucht en nog een. Dood om te herrijzen. Versmolten. Spiegelbeelden vallen uiteen. Bliksem, storm, leeuwengebrul. Een licht zo fel stijgt op uit de dood. Zielescherven verworden tot alles wat liefde is.

Tot alles wat liefde is.

 

Dit bericht werd geplaatst in scherven. Bookmark de permalink .

zeg het maar

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s